Wat is je rechtspositie als gezinshuisouder in juridische procedures?

De rechtspositie van gezinshuisouders en kinderen is binnen de gezinshuiswereld al jaren een belangrijk onderwerp. Gezinshuisouders bieden 24/7 professionele, gezinsgerichte zorg aan uithuisgeplaatste jeugdigen, vaak met meervoudige problematiek. Zij nemen deze jeugdigen op in hun dagelijkse gezinsleven en bouwen in veel gevallen een duurzame opvoedingsrelatie met hen op. Juridisch is hun positie echter niet op alle onderdelen gelijk aan die van pleegouders. Vooral bij beslissingen over overplaatsing, beëindiging van verblijf of het horen in procedures bestaat in de praktijk verschil tussen pleegzorg en gezinshuiszorg.

Bescherming van het gezinsleven als juridische beoordeling

De juridische beoordeling sluit aan bij het recht op bescherming van het gezinsleven, ook wel family life genoemd. Of gezinshuisouders in een procedure als belanghebbenden worden aangemerkt, hangt af van de concrete omstandigheden, zoals de duur van de plaatsing, de aard en intensiteit van de opvoedingsrelatie en de gevolgen van de beslissing voor het kind en het gezinshuis. Dit wordt uiteindelijk door de rechter beoordeeld. De jeugdbeschermer of voogd kan de betrokkenheid van gezinshuisouders wel ondersteunen door hun positie tijdig onder de aandacht van de rechtbank te brengen.

Voor pleegouders is de rechtspositie op onderdelen explicieter in de wet uitgewerkt. Zo kunnen pleegouders die een kind gedurende langere tijd verzorgen en opvoeden in bepaalde situaties als belanghebbenden worden betrokken. Ook kent de wet voor pleegouders het zogenoemde blokkaderecht. Dat betekent, kort gezegd, dat een ouder of voogd een pleegkind na ten minste één jaar verzorging en opvoeding niet zonder meer uit het pleeggezin kan halen wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Als pleegouders niet instemmen, kan de kinderrechter worden gevraagd hierover te beslissen.

Hoorrecht van het kind in procedures

Ook het kind zelf heeft in procedures over de woonplek een hoorrecht. In beginsel moet de rechter een minderjarige van twaalf jaar of ouder in de gelegenheid stellen om zijn of haar mening te geven, bijvoorbeeld in een kindgesprek of schriftelijk. Kinderen jonger dan twaalf jaar kunnen ook worden gehoord, maar dat is niet automatisch verplicht; de rechter beoordeelt of daar aanleiding voor is. In spoedeisende situaties kan de rechter soms eerst beslissen, maar dan moet het kind alsnog binnen korte termijn de gelegenheid krijgen om zijn of haar mening te geven.

Juridische verschillen bij een ondertoezichtstelling

Bij een ondertoezichtstelling ligt dit juridisch anders. Wanneer een kind met een machtiging uithuisplaatsing in een pleeggezin verblijft en de gecertificeerde instelling de verblijfplaats wil wijzigen, is in bepaalde gevallen voorafgaande toestemming van de kinderrechter nodig, onder meer wanneer het kind langer dan één jaar in het pleeggezin verblijft. Pleegouders kunnen in zo’n procedure worden gehoord. Voor gezinshuisouders bestaat op dit moment geen volledig gelijkluidende wettelijke regeling. Dat betekent niet dat zij nooit kunnen worden gehoord, maar wel dat hun positie minder expliciet en minder automatisch is vastgelegd dan die van pleegouders.

Er wordt al langere tijd aandacht gevraagd voor versterking en verduidelijking van de rechtspositie van gezinshuisouders en kinderen die in gezinshuizen opgroeien. Eind 2022 bood Gezinshuis.com hierover al een brief aan bij de betrokken minister en staatssecretaris. Daarbij wordt bepleit dat de juridische bescherming bij langdurige plaatsing in een gezinshuis beter aansluit bij de bescherming die bestaat bij langdurige pleegzorg.

Arjen Keers, Minister Franc Weerwind en Staatssecretaris Maarten van Ooijen met leden van beroepsverening Present 24x7 bij de Tweede kamer in Den Haag.

Wat betekent dit in de praktijk voor gezinshuizen?

De afgelopen maanden zijn er vanuit Gezinshuis.com meerdere ontmoetingen geweest tussen gezinshuisouders en rechters. In deze ontmoetingen is gesproken over de positie van gezinshuisouders in juridische procedures, de onzekerheid die dit kan veroorzaken in het gezinsleven en het belang van stabiliteit voor jeugdigen die langdurig in een gezinshuis wonen. Rechters kunnen niet vooruitlopen op wetgeving die nog niet geldt. Wel kunnen zij binnen de huidige wettelijke kaders rekening houden met de feitelijke opvoedingsrelatie, de duur van de plaatsing, het belang van continuïteit en de vraag of gezinshuisouders rechtstreeks door een beslissing worden geraakt.

Het is daarom belangrijk dat je als gezinshuisouders je positie tijdig bespreekt met de betrokken jeugdbeschermer, voogd, zorgaanbieder of juridisch adviseur. Bij een ondertoezichtstelling gaat het doorgaans om afstemming met de jeugdbeschermer van de gecertificeerde instelling. Bij voogdij gaat het om afstemming met de voogd of de gecertificeerde instelling die de voogdij uitvoert. Wanneer sprake is van een voorgenomen overplaatsing of beëindiging van het verblijf, is het verstandig om schriftelijk vast te leggen waarom het in het belang van het kind is dat de gezinshuisouders worden betrokken of gehoord.

Zodra er nieuwe wetgeving of duidelijke beleidsinformatie beschikbaar is over de rechtspositie van gezinshuisouders, delen we hierover meer.