Minister Mirjam Sterk werkt samen met de gezinshuissector en gemeenten aan verdere kwaliteitsverbetering van de gezinshuiszorg. Aanleiding zijn recente zorgen over misstanden in enkele gezinshuizen. Tegelijkertijd benadrukt de minister dat gezinshuizen een belangrijke en waardevolle vorm van jeugdhulp zijn: kinderen die niet thuis kunnen wonen, krijgen er een kleinschalige en gezinsgerichte woonomgeving.
Wat verandert er in de kwaliteitscriteria gezinshuizen?
De huidige kwaliteitscriteria voor gezinshuizen zijn professionele richtlijnen en geen afzonderlijk wettelijk vastgelegde normen. Ze maken wel onderdeel uit van de bredere kwaliteitseisen uit de Jeugdwet en worden onder meer geborgd via toezicht, professionele standaarden en tuchtrecht. De minister ziet op dit moment geen aanleiding om de kwaliteitscriteria apart in de wet vast te leggen, maar de criteria worden wel herzien. Daarbij wordt ook gekeken hoe de toepassing in de praktijk sterker en eenduidiger kan worden.
Wat betekent dit voor gezinshuisouders?
Voor gezinshuisouders betekent dit dat kwaliteit, veiligheid en transparantie de komende periode nog nadrukkelijker centraal komen te staan. In de praktijk kan dit gevolgen hebben voor de manier waarop gezinshuizen zich verantwoorden, hoe zij aantonen dat zij volgens professionele standaarden werken en hoe zij samenwerken met gemeenten, gecertificeerde instellingen en toezichthouders.
- Er komt meer aandacht voor het vooraf toetsen van geschiktheid en betrouwbaarheid van professionals die in of rond een gezinshuis werken.
- Een voorgenomen meld- en vergewisplicht moet ervoor zorgen dat aanbieders het arbeidsverleden van nieuwe medewerkers, waaronder gezinshuisouders, beter controleren en ernstig disfunctioneren melden.
- De aangekondigde vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders gaat naar verwachting ook gelden voor zelfstandige gezinshuizen.
- Gemeenten kunnen in contracten aanvullende kwaliteitseisen opnemen, waardoor gezinshuisouders vaker te maken kunnen krijgen met lokale of regionale afspraken over kwaliteit, veiligheid en verantwoording.
Belangrijk is dat plaatsingen in gezinshuizen niet door gezinshuisouders zelf worden bepaald. Gemeenten en gecertificeerde instellingen blijven verantwoordelijk voor een verantwoorde plaatsing. Wel kan de aangescherpte aandacht voor kwaliteit ertoe leiden dat gezinshuisouders duidelijker moeten laten zien welke zorg zij kunnen bieden, hoeveel kinderen verantwoord geplaatst kunnen worden en welke ondersteuning of deskundigheid daarvoor nodig is.
Ook wordt binnen de Hervormingsagenda Jeugd gewerkt aan landelijke productomschrijvingen voor gezinshuiszorg. Daarnaast overlegt de minister met gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en aanbieders over landelijke kwaliteits- en inrichtingseisen. Voor gezinshuisouders kan dit op termijn zorgen voor meer duidelijkheid en minder verschillen tussen gemeenten.
“We vinden het goed dat er nadere kaders worden ontwikkeld, maar vooral ook dat de minister vasthoudt aan de opleidingseis voor gezinshouders van een mbo 4 opleiding en in plaats van een verplichte SKJ-registratie voor alle aanwezige professionals in het gezinshuis”
Meer zicht op kwaliteit en toezicht in gezinshuizen
Op dit moment bestaat er geen volledige landelijke registratie van gezinshuizen. Nieuwe zelfstandige aanbieders moeten zich sinds de invoering van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) wel melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De aangekondigde vergunningplicht moet bijdragen aan beter toezicht en voorkomen dat aanbieders na ernstige misstanden eenvoudig opnieuw kunnen starten.
Over de registratie van gezinshuisouders geeft de minister aan dat een SKJ-registratie niet altijd noodzakelijk is voor de gezinshuisouder zelf, zolang binnen het gezinshuis ten minste één betrokken professional SKJ-geregistreerd is. Voor gezinshuisouders blijft het daarom belangrijk om goed vast te leggen welke professionele expertise beschikbaar is en hoe deze wordt ingezet in de dagelijkse zorg.
Gezinshuis.com draagt op dit moment volop bij aan de doorontwikkelingen van de kwaliteitscriteria en volgt de ontwikkelingen ten aanzien van de meld- en vergewisplicht en de vergunningplicht. Zodra hier meer over bekend is informeren wij onze gezinshuisouders hierover. Zo kunnen gezinshuisouders zich tijdig voorbereiden op nieuwe eisen en blijven we samen werken aan veilige, professionele en liefdevolle gezinshuiszorg. Directeur-Bestuurder Arjen Keers: “We vinden het goed dat er nadere kaders worden ontwikkeld, maar vooral ook dat de minister vasthoudt aan de opleidingseis voor gezinshouders van een mbo 4 opleiding en in plaats van een verplichte SKJ-registratie voor alle aanwezige professionals in het gezinshuis”.